Roedelregels

 

Stichting Sphoek Maanvlinderlaan 5 5641 CC Eindhoven E-mail: info@sphoek.com

Bankgegevens Sphoek : ING Bank rekeningnummer: 5232838 IBAN: NL40 INGB 0005 232838 BIC: INGBNL2A KvK Alphen aan den Rijn: nr. 27314430

Duidelijke regels

Roedelregels/rangorderegels

 

Voor elke hond is het heel belangrijk om te weten op welke plek hij of zij in de rangorde staat in de roedel waar hij bij hoort. Bij honden onder elkaar is dat meestal snel duidelijk als wij ons er als mensen niet mee bemoeien.

 

Maar in een mensen-honden-roedel is dat nog wel eens anders en de meeste gedragsproblemen bij honden ontstaan doordat de plek in de rangorde niet duidelijk voor de hond (ik noem hem ‘hij’ vanaf nu) is. Hij moet zonder enige twijfel weten dat hij de laagste in de rangorde is in een mensenroedel. Als dat goed duidelijk voor hem is, is dat niet alleen fijn voor de mensen in de roedel/het gezin, maar ook voor de hond zelf, want dan kan hij pas relaxen en zal hij geen gedragsproblemen geven. Onduidelijkheid is onzekerheid voor de hond en geeft hem heel veel stress.

 

Als de plek in de rangorde voor de hond niet duidelijk is gaat hij zelf de plek van ranghoogste innemen en dan beginnen de problemen. Dan krijg je problemen als het janken als hij alleen moet blijven, trekken aan de lijn, grommen naar bezoek, grommen en uitvallen naar andere honden bij de wandeling, spullen vernielen, achter fietsers aanrennen of naar blaffen en zo kan ik er nog wel een aantal opnoemen.

 

Vooral honden die uit een asiel (uit het buitenland) komen weten heel goed hoe ze zo snel mogelijk hun plek in de roedel moeten veroveren en zullen dat vanaf dag 1 dat ze bij hun nieuwe roedel/baasje zijn ook gaan toepassen. Zij weten immers niet beter, in het asiel was dat de belangrijkste bezigheid in de roedel.

 

 

Daarom is het zo belangrijk dat je weet hoe je de hond kan laten weten dat jij de ranghoogste bent en dat hij onderaan de rangorde staat.

 

Hieronder noem ik een paar regels die erg belangrijk zijn. Het is niet helemaal compleet, want sommige problemen hebben wel eens een andere aanpak nodig, maar dat is dan niet zo algemeen.

 

In het begin is het vooral belangrijk dat de hond de kans krijgt om zijn omgeving kan leren kennen, binnen en buiten. Vraag dan de eerste weken nog niet te veel van hem. Laat hem rustig wennen, ga ook niet gelijk naar een hondenschool, maar zorg eerst dat de band tussen jou en de hond goed is en dat het duidelijk is voor de hond hoe bij jullie de rangorde is en ook hoe jullie gewoontes zijn.

 

Pas wel al gelijk onderstaande regels toe, dat geeft hem duidelijkheid en dan voelt hij zich sneller en beter veilig in zijn nieuwe omgeving/roedel. Houd er wel rekening mee, dat de hond jouw stress heel goed voelt. Als jij relaxed bent, dan is de hond dat ook veel makkelijker.

 

Als je bij de hond komt als hij alleen is geweest, al is dat maar 5 minuten omdat je naar de toilet was of even in de tuin, negeer de hond dan, kijk hem niet aan, doe net of hij er niet is. Als hij tegen je opspringt negeer je dat ook, je loopt gewoon door alsof er niets gebeurt. Zeg vooral niets (ook als hij iets gedaan heeft waar je niet blij mee bent, hij weet niet meer dat hij dat gedaan heeft en combineert dat gedrag niet met jou boosheid of negatieve reactie), kijk hem niet aan, ga gewoon naar de plek waar je van plan was heen te gaan. Hou dat vol totdat de hond geen aandacht meer voor je heeft en wacht dan nog een paar minuten en roep de hond dan bij je en beloon hem. Dat kan met wat lekkers, maar ook gewoon met een enthousiaste stem of een aai.

 

De hond zal eerst heel verbaasd zijn, maar op een gegeven moment snapt hij het en komt niet meer op je af als je binnen komt. Als hij naar je toe komt als je binnenkomt en hij tikt alleen even met zijn neus tegen je aan of geeft je een lik, dan is dat prima, dan erkent hij jou als ranghoogste, maar als hij blijft liggen en niet naar je toe komt erkent hij dat ook, geef hem in beidegevallen geen aandacht, ga ook vooral niet naar hem toe als hij in zijn mand ligt. De bedoeling hiervan is dat jij als ranghoogste bepaalt wanneer de hond, de ranglaagste, naar je toe komt en aandacht krijgt. Bij sommige honden is dat even volhouden, bij anderen zal dat sneller werken, maar het werkt altijd.

 

Leer ook de kinderen dat ze de hond geen aandacht geven als ze thuis komen, maar pas als de hond geen aandacht meer voor ze heeft, dan kunnen ze met de hond gaan spelen nadat zij de hond bij zich hebben geroepen. En laat je kinderen nooit alleen met de hond.

Als de hond trekt aan de riem, loop je acuut de andere kant op zonder naar de hond te kijken en zonder iets te zeggen. Als hij dan weer gaat trekken, dan herhaal je dat. Als hij naar je kijkt beloon je hem super met een koekje en je stem, dat is superbraaf. Trekt hij dan weer, dan keer je weer om. Je zult zien dat hij steeds vaker naar je gaat kijken en minder vaak gaat trekken. Hij moet de lijn slap houden, ook al kijkt hij niet naar je, maar als hij naar je kijkt is dat helemaal super. Hij kan natuurlijk niet de hele tijd naar je kijken (behalve zeer getrainde honden doen dat), maar als hij met een slappe lijn loopt, dan is het al goed, dan is hij met jou aan het wandelen en niet andersom. Een hond die trekt heeft de leiding, een hond die met een slappe lijn loopt wordt geleid.

Hetzelfde doe je wanneer de hond uitvalt aan de lijn naar andere honden, ook dan mag hij de lijn niet strak trekken, je loopt dan ook gelijk de andere kant op. Als de lijn dan weer slap is keer je weer om en loopt weer op die hond af, trekt hij dan weer, dan keer je weer om. De theorie hierachter is dat je hond zo uitvalt naar de hond omdat hij wil dat de hond weggaat. Als hij dan geen succes heeft met zijn actie omdat hij, geleid door zijn leider, zelf weg gaat merkt hij dat dit dus geen succes heeft en zal hij dit gedrag ook niet meer laten zien. Ook hier geldt dat dat bij de ene hond sneller gaat dan bij de andere, maar het werkt wel als je het maar consequent volhoudt.

 

Hier moet wel een ‘maar’ worden aangetekend, want honden blaffen vaak naar andere honden of mensen omdat ze bang zijn daarvoor. Ook dan helpt het bovenstaande bij vreemde mensen en honden, maar het is dan ook goed om de hond te confronteren met de hond of mens waar hij zo bang voor is. Vraag dan eens of je met je hond bij de hond of die persoon mag komen en hem belonen als hij niet blaft, ga zelf naar die persoon of hond toe en aai die andere hond en geeft die persoon een hand of zo. Hij mag dan ook ruiken aan die persoon en krijgt dan een koekje van die persoon of jij geeft een koekje als hij rustig aan de hond snuffelt. Blijf heel rustig, als je hond dan merkt dat de andere hond niets doet of die persoon niets doet en dat jij als leider niet bang bent, dan help je hem om zijn angst te overwinnen en zal ook het blaffen naar andere honden en mensen steeds minder worden. Bijna alle blaffen en uitvallen van honden naar iets of iemand is ontstaan uit angst. Let op de lichaamstaal van je hond, gaan zijn oren in de nek, pas dan op, dan kan hij uitvallen. Dan gaat het gewoon te snel, dan moet je minder dichtbij komen en hem al belonen als hij niet blaft en trekt als je op afstand met hem blijft staan. Langzaam opbouwen.

 

Als je uitgaat met de hond, laat hem dan eerst zitten (leer hem dat zo snel mogelijk) en als hij zit doe je de riem om. Leer hem te blijven zitten totdat jij zegt dat hij mee mag lopen. Jij moet als eerste de deur uit. De leider gaat voorop. Dit is in het begin lastig omdat het aanleren van blijven best een moeilijke oefening is, neem daar dus de tijd voor en accepteer in het begin dan maar dat hij samen met jou of voor je uit door de deur gaat. Maar pas wel meteen nr. 2 toe.

Als je de hond eten gaat geven zet dan niet zo maar die bak met eten voor zijn neus, maar laat hem eerst zitten en doe net of je zelf uit zijn bak eet, neem een biscuitjes of iets anders en eet dat rustig op en laat hem wachten. De leider eet eerst. Zet dan de bak voor hem neer en loop weg. Bemoei je niet meer met hem. Zodra hij stopt met eten, haal je gelijk de bak weg. Heeft hij dan nog niet genoeg gegeten, zal hij de volgende voertijd zijn bak gelijk leeg eten of in ieder geval genoeg eten. Sommige honden hebben er problemen mee als je bij hun bak komt. Ze grommen of bijten zelfs als je bij hun bak wilt komen. Als hij verder geen agressie vertoont kun je dat accepteren en voeren op bovenstaande manier en hem met rust laten zo lang hij eet. Vind je het wel een probleem, dan kun je hem gewoon niet meer in een bak eten geven, maar steeds een paar brokjes op de grond leggen of hem uit je hand laten eten, dan krijgt hij gewoon zijn voer van jou als leider. Laat hem dan zitten en geef de brokjes in jouw tempo, desnoods met tussenpozen.

Achter je aan lopen. Vaak lopen honden die je pas hebt de hele tijd achter je aan, zij voelen zich onzeker, weten niet waar hun plek in de roedel is en zoeken veiligheid bij jou. Als de hond pas uit het asiel een lange reis heeft gemaakt is dit een logische reactie, alles is nieuw voor hem. Laat het een tijdje toe, bemoei je niet met hem als hij achter je aan loopt, ga gewoon je eigen gang. Meestal gaat de hond na verloop van tijd zelf op zijn plek liggen en blijft ook liggen als je opstaat en bijv. naar de keuken gaat of zo. Soms blijft de hond dit achterna lopen doen (na een paar weken) en dan moet je hem gaan helpen. Leg hem dan steeds terug in zijn mand als hij achter je aanloopt. Zeg niets, maar pak hem rustig aan zijn halsband en leg hem zonder hem aan te kijken zonder iets te zeggen in zijn mand. Loop dan weer weg. Hij zal dan zo’n 5 á 10 keer steeds weer achter je aanlopen. Hou vol, de aanhouder wint hier. Blijf dit herhalen totdat hij weet dat het geen zin meer heeft om achter je aan te lopen omdat hij dan vanzelf weer teruggelegd wordt. Wordt nooit boos, zeg niets, leg hem gewoon rustig terug, hij hoeft niet te liggen, maar moet wel in de mand blijven. Als je hem hebt aangeleerd (neem daar ook de tijd voor) dat hij naar zijn plaats moet als je dat zegt, dan kun je hem ook naar zijn plek sturen, maar dat is pas later aan de orde. Als je door een deur loopt in huis met de hond achter je aan, doe de deur dan voor zijn neus dicht achter je en wacht een paar minuten en loop dan weer terug door die deur, zonder iets te zeggen, zonder naar de hond te kijken. Hij merkt dan dat er niets gebeurt als jij door die deur gaat en dat je altijd weer terug komt.

Alleen blijven. Dit laatste stukje van nr. 6 is eigenlijk al een begin van het leren alleen te zijn van de hond. Hij moet begrijpen dat als jij weggaat, je ook weer terug komt. Als je dat in een bench oefent, dan moet je dat ook met minuten opbouwen. Lok hem in de bench met iets heel lekkers, geef hem desnoods zijn eten in die bench, als hij dan stil is is hij braaf en dat laat je horen met je stem of/en je geeft wat lekkers door de tralies heen. En dan loop je weer even weg. Als hij jankt reageer je niet, als hij even stil is beloon je hem. Als hij er dan een poosje in zit en stil is, dan laat je hem er uit. Bepaal zelf hoe lang de hond het vol houdt. Laat hem er nooit uit als hij niet stil is, want dan heeft hij succes met zijn janken en zal hij dat de volgende keer nog langer volhouden. Als de hond los in de kamer is loop dan af en toe de deur uit. Als je een vóór en achteringang hebt, loop er dan eens aan de ene kant uit, zonder iets te zeggen en kom dan aan de andere kant weer binnen zonder iets te zeggen en zonder naar de hond te kijken. Hij komt daar dan vanzelf achter dat als jij weg gaat, je ook weer terug komt.

Als er bezoek komt vraag je of dat bezoek de hond ook wil negeren totdat de hond geen aandacht meer heeft, dan kan het bezoek hem roepen of jij roept hem bij je bezoek en dan kunnen ze hem knuffelen en aaien of spelen met hem. Dan heb je laten zien dat niet hij, maar jij als leider bepaalt wanneer hij aandacht krijgt.

Als de hond blaft naar bezoek, dan geef je hem een rustige aai en zegt dat het goed is en legt hem in zijn mand. Het bezoek mag hem niet aankijken (dit is van essentieel belang), aankijken is een zeer dominante en bedreigende handeling voor de hond. Als hij dan uit zijn mand komt, dan leg je hem weer terug. Hij zal dan op een gegeven moment blijven liggen. Geef je bezoek iets lekkers voor de hond en laat ze dat in de hand houden zo dat de hond dat kan zien, zonder de hond aan te kijken. Is de hond erg bang, dan zal hij niet zo snel komen, leg dan een koekje tussen mand en bezoek op de grond, zodat de hond iets dichter bij het bezoek moet komen om dat koekje te pakken. Het bezoek mag de hond al die tijd niet aankijken. Een hond die superangstig is zal hier lang voor nodig hebben, maar een hond die minder angstig is zal snel dat koekje uit de hand van het bezoek willen halen. Zo merkt de hond dat dat bezoek niet eng is. Je kunt ook zelf op je hurken of naast het bezoek gaan zitten en zelf iets lekkers in je hand nemen en de hond voor roepen, hij ziet dan ook dat jij als leider niet bang bent voor dat bezoek en dat helpt de hond ook weer.

Als de hond zelf bij je komt als je zit, duw hem dan weg. Gaat hij niet weg, sta dan even op en loop een stukje weg en ga dan weer zitten. Veel honden duwen de hele tijd tegen de hand van de baas totdat hij geaaid wordt. Dan bepaalt de hond dus wanneer hij aandacht krijgt en dat moet jij als leider dus bepalen. Als hij rustig zelf bezig is of ergens ligt en je wilt gaan spelen met de hond dan kun je dat op die manier gaan doen. Jij pakt een speeltje en roept je hond en niet andersom, als hij met een speeltje komt is dat jammer, dan wordt er niet gespeeld. Jij bepaalt bij een spel ook wanneer dat eindigt, bij een dominante hond, houd jij als laatste het speeltje vast en bergt dat dan op. Een hele onzekere angstige hond kun je een keer dat speeltje laten houden. Maar let wel op, een angstige hond is niet per definitie een onderdanige hond.

Als de hond voor je staat als je aan komt lopen loop dan niet om hem heen, maar ‘door’ hem heen. Hij moet opzij gaan voor jou. Als hij buiten tegen je aanloopt (een jonge pup uitgezonderd), dan geef je hem ook maar een flinke duw, hij doet dit niet per ongeluk, maar het is ook een hele dominante actie. Sommige honden doen dat ook bij andere honden, net even voor hem langs rennen of tegen hem aan lopen, dan wil de hond laten zien dat hij hoger in de rangorde staat dan de hond waar hij tegenaan loopt. Een volwassen hond loopt nooit per ongeluk tegen je aan, hij loopt ook niet per ongeluk tegen een boom aan. Corrigeer hem daar stevig in.

 

 

Je moet zelf bepalen waar jij je het beste bij voelt, voor sommige honden is het heel belangrijk dat je deze rangorderegels strikt hanteert omdat hij anders te hoog in de rangorde komt, voor andere honden is het minder van belang, omdat die helemaal geen problemen geven en eigenlijk al laag in de rangorde staan. Maar zodra je merkt dat er wat spanning komt, hanteer de regels dan weer even heel strikt. Het voorkomt problemen.

 

Zoals ik boven al zei is dit niet compleet. Als je nog vragen hebt, mail me gerust. Heb je echt een probleem met je hond en lukt het je niet om dat op te lossen dan kan ik je een bezoek brengen en je helpen dit op te lossen.

 

 

Een paar boeken die ik kan aanraden zijn

 

Jan Fennell, de vrouw die naar honden luistert

 

Klaas Wijnberg, de puppy-fluisteraar en/of de honden-fluisteraar.

 

Gwen Bailey, Honden manieren leren, praktische gids voor wanhopige baasjes.

 

Nicolas Dodman, De hond die te veel van zijn baas hield.

 

En een aantal boeken van Martin Gaus, vooral het boek ‘Hondentaal is lichaamstaal’.

Copyright © All Rights Reserved